Inflationisme
- stevendeklerck
- Jan 20
- 2 min read

Drie weken geleden heb ik het eerste van drie inzichten van Ludwig von Mises naar voren geschoven — inzichten die de rendementen van vermogensportefeuilles de voorbije twintig jaar hebben gedomineerd, maar door slechts een minderheid van beleggers gekend zijn.
Dat eerste inzicht betrof de definitie van inflatie. Niet prijsstijgingen dienen in deze definitie centraal te staan, maar de toename van de geld- en krediethoeveelheid zelf; prijsstijgingen zijn het symptoom, niet de oorzaak. Het Cantillon-effect maakt daarbij duidelijk dat inflatie geen neutraal proces is, maar een herverdelingsmechanisme in het voordeel van wie dicht bij de geldcreatie staat. Dit inzicht verklaart wie structureel profiteert van inflatie.
Het tweede inzicht gaat een stap verder.
Inflationisme, een beleid van quasi onbegrensde geld- en schuldcreatie, is volgens Mises geen geïsoleerd monetair fenomeen, maar onderdeel van een breder politiek en ideologisch kader. Dit verband werd en wordt door de traditionele economische wereld niet begrepen. Na 2008 werd massale geldcreatie afgeschilderd als tijdelijk en omkeerbaar. Beleidsmakers beloofden een exitstrategie zodra de economie zou stabiliseren. Die exit kwam er niet. Integendeel: geld- en schuldcreatie werden structureel en het systeem raakte steeds afhankelijker van verdere monetaire en fiscale ondersteuning.
Inflationisme heeft dan ook twee onlosmakelijk verbonden dimensies: een economische en een morele.
Economisch ondermijnt inflationisme het marktproces en de bijhorende welvaartscreatie. Door kredietexpansie zonder voorafgaande besparingen verliest de rente haar coördinatiefunctie, wat leidt tot malinvesteringen en schijngroei die in werkelijkheid kapitaalconsumptie maskeert. Tegelijk zorgt het Cantillon-effect voor toenemende vermogensongelijkheid, wat de politieke roep legitimeert naar herverdeling, hogere belastingen en steeds verdergaande, overheidsinterventies.
Moreel gezien verdwijnt, eenmaal de grens van onbeperkte geldcreatie is overschreden, elke rem op overheidsambities. De omnipotente overheid — en het verplichte geloof in haar almacht — wordt een onaantastbaar feit. Wat begint als noodmaatregel om banken of begrotingen te redden, evolueert tot een instrument om macht systematisch uit te breiden.
Voor beleggers en ondernemers is dit geen zuiver intellectueel debat. Inflationisme confronteert hen met een harde realiteit: wie inflationisme niet begrijpt of niet kent, onderschat niet alleen koopkrachtverlies, maar ook de politieke en institutionele transformaties die ermee gepaard gaan — en de daarmee verbonden vermogens- en veiligheidsrisico’s.

